Waarom het gewicht op de weegschaal niet allesbepalend is

Waarom het gewicht op de weegschaal niet allesbepalend is

Je kent het misschien wel: je hebt een ‘ideaal gewicht’ in je hoofd wat je graag wilt wegen. En je hebt er veel voor over om dat ideale gewicht te bereiken. Je sport, je laat de gebakjes staan op verjaardagen en je neemt een wijntje minder in het weekend. Kortom: je vindt zelf dat je goed op weg bent, maar de weegschaal is het niet met je eens en je komt maar niet in de buurt van jouw ideale gewicht. Je raakt gefrustreerd en laat de weegschaal jouw humeur bepalen. En dus geef je op, want op deze manier gaat het niet werken. Toch?

Wat zegt je gewicht over jou?

Nou, eigenlijk niet zoveel. Grofweg natuurlijk wel wat, maar in de spiegel zie je ook wel of je een sixpack hebt of dat deze verstopt zit onder wat vetrolletjes.. Daar heb je geen weegschaal voor nodig. Dus eigenlijk zegt dat ene getalletje op de weegschaal niet zoveel. Het zegt niet of je fit bent, het zegt niks over je lichaamssamenstelling, het zegt niet of je een goed mens bent of niet, of je gelukkig bent ben met je shape. En toch koppelen we allerlei dingen aan het gewicht wat we zien op de weegschaal. We voelen ons er zelfs rot over en laten ons humeur er door beïnvloeden. Maar waarom eigenlijk? Het is tenslotte maar een getal. En dit getal is aan behoorlijk wat schommelingen onderhevig, waardoor je gewicht per dag best wel wat kan verschillen. Zo houd je de ene dag meer vocht vast dan de andere dag door bijvoorbeeld het eten van meer zout, meer koolhydraten. Of door spierschade die is ontstaan door trainen. Daarnaast heb je de ene dag meer inhoud in je darmen dan de andere dag, zijn er schommelingen in je hormonen. Kortom: je gewicht is aan aardig wat invloeden onderhevig.

Op de langere termijn zegt je gewicht alleen ook weinig over de verhouding tussen spiermassa en vetmassa. Focus je daarom liever op je vetpercentage, dan op je gewicht. Misschien ben je wel aangekomen in spiermassa en ben je vetmassa verloren, waardoor je in gewicht gelijk blijft. Dit laat een getalletje alleen niet zien. Dus reden genoeg om de weegschaal niet jouw humeur te laten bepalen!

Hoe je jouw voortgang kan meten

Een goede manier om je voortgang te meten is door verschillende middelen naast elkaar te gebruiken. Dus wel het getal op de weegschaal, maar dan wel in combinatie met bijvoorbeeld progressiefoto’s, je middelomtrek, de manier waarop je kleding zit, huidplooimeting. Vooral foto’s zijn een goede maatstaf hoe je er nu echt uitziet en hoe je progressie gaat.

Gebruik je de weegschaal, dan is het wel handig om te gaan werken met een weekgemiddelde. Je weegt je dan elke dag na het opstaan en je noteert elke dag je gewicht. Hieruit haal je een weekgemiddelde. Zo vang je de schommelingen op en zie je beter wat er gedurende een week nu eigenlijk is gebeurd.

Zo zorg je voor progressie

Combineer je verschillende manieren om jouw voortgang te meten en gebeurt er maar niks? Wees dan eerlijk tegenover jezelf. Doe jij echt de dingen die je moet doen om je doel te bereiken? Of laat je dat ene gebakje dan wel staan, maar eet je wel een reep chocolade op bij de thee. Om maar wat te noemen. Heb je inzicht in wat je aan calorieën verbruikt en wat er op een dag binnenkomt, of kijk je daar eigenlijk niet naar? Kies je ervoor om de teugels te laten vieren, dan is dit natuurlijk prima, maar wees je er dan wel van bewust dat dit minder of misschien helemaal geen progressie betekent richting jouw doel. En zorg dan ook dat je daar oké mee bent en laat het je niet beïnvloeden. Kortom: wees realistisch en vooral ook eerlijk naar jezelf. Laat dat ene getalletje jouw geluk niet in de weg staan, maar kijk naar het totaalplaatje!